De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een alsemachtige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).

Kenmerken

Het is een zwak aromatische plant met bladeren die aan de onderzijde witviltig behaard zijn. Bijvoet komt in België en Nederland algemeen voor, bijvoorbeeld op braakliggend terrein en langs wegen. De plant prefereert een zandhoudende grond. De stengel is 60–120 cm lang en heeft vaak een roodachtige kleur.

De onderste bladeren zijn gesteeld en veerdelig. De bovenste zijn enkel- of dubbelveerdelig en stengelomvattend. Er zijn lancetvormige slippen aanwezig.

De bloem is bruinachtig geel. Het bloemhoofdje is eivormig tot langwerpig en bevat geen lintbloemen. De hoofdjes vormen samen een pluim, die van juli tot september in bloei staat. De bijvoet draagt een nootje van ongeveer 1 mm lang.

Toepassingen

De Romeinen legden de plant in hun schoeisel tegen vermoeidheid en pijn.

De Mongolen die vroeger in Midden-Mongolië geteisterd werden door wolken Mongoolse grote muggen (ter grootte van kleine garnaaltjes) zetten de Mongoolse bijvoetplant (met zijn typische blauwachtige, harige sappige bladeren) in om de muggen te verjagen op de Mongoolse vochtige graasvelden. Ze hadden bemerkt dat wolven de planten vertrapten ten tijde van muggenplagen, zich vervolgens wentelden in de bladeren, om aldus hun vacht te vrijwaren van muggen. De plant bezit een natuurlijk aroma dat muggen verjaagt. Veehoeders en boeren uit de joerten oogstten de bladeren uit streken rijk aan bijvoet. Men legde de bijvoet in potten of op schalen, boven op smeulende gedroogde paardenmest. De sterke witte rookontwikkeling die hierdoor ontstond, dreef vanuit de talrijke joerten over de graaslanden. Aldus verdreven ze de muggen die anders als gele dekens de paarden, schapen, honden en mensen bedolven.

In Noord-Korea en Zuid-Korea wordt bijvoet, ssuk (쑥), gebruikt in soepen en salades. Een traditionele soep met bijvoet en mosselen is Ssukguk (쑥국). Deze wordt in het voorjaar gemaakt van de jonge planten, net voor de bloei. Ook wordt er een gerecht van gemaakt genaamd Ssukbeomul (쑥버물). De bijvoet wordt gemengd met rijstmeel, suiker, zout en water en vervolgens gestoomd.

In de oosterse geneeskunde, zowel de traditionele Chinese geneeskunde als in de Japanse en Koreaanse acupunctuur, wordt bijvoet al vele eeuwen gebruikt om te verwarmen. Dit wordt moxibustie genoemd. Hiertoe wordt gedroogde en gemalen bijvoet aangestoken. Hier wordt voor bijvoet de naam “moxa” gebruikt. In China spreekt men ook niet van acupunctuur maar van Zhen Jiu, wat letterlijk vertaald steken (van de naalden) en branden (van de moxa) betekent. Voor deze toepassingen is moxa in verscheidene vormen (losse moxa, geperst in de vorm van een soort sigaar en dergelijke) te koop, ook in Nederland.

De bijvoet verschijnt op de 15e-eeuwse kapitelen die de gewelfribben dragen van de Maastrichtse Sint-Servaasbasiliek. Naast de geneeskrachtige werking zou de plant volgens het volksgeloof ook het vermogen hebben de duivel te weren.

Allergie

Bijvoetpollen komen vooral voor in augustus en september en veroorzaken bij mensen die daar allergisch voor zijn hooikoortsachtige klachten. Een allergie voor bijvoetpollen gaat vaak samen met een allergie voor selderij, peterselie, wortel, venkel, komijn, dille, paprika en anijs (kruisallergieën).

Trivia

Het Oekraïense woord voor bijvoet is чорнобиль (tsjornobyl), in die taal gelijkluidend met de naam van de stad Tsjernobyl. Dit gaf na de kernramp van Tsjernobyl aanleiding tot geruchten dat deze ramp voorspeld was in Openbaring 8:

10 En de derde engel heeft gebazuind, en daar is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren.
11 En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.

 

Bron: Wikipedia