Het waterhoen (Gallinula chloropus) is een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).

Kenmerken

Waterhoentjes zijn donker van kleur met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd. De punt van de snavel is geel van kleur. Op de flanken hebben ze witte strepen. In tegenstelling tot meerkoeten beschikken ze niet over zwemvliespoten. Met hun lange, groene tenen foerageren ze dan ook regelmatig op de oever. De lichaamslengte bedraagt 32 tot 35 cm[2] en het gewicht 175 tot 500 gram.

Voedsel

Het waterhoen voedt zich met waterplanten, grassen, insecten en kikkervisjes.

Voortplanting

Waterhoentjes maken meestal hun nesten tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie, maar soms ook hogerop in struiken of bomen die over het water hangen. Ze bouwen als het ware een platform van dood plantenmateriaal. De nesten worden vrijwel altijd in de buurt van water gebouwd. Het legsel bestaat meestal uit vijf tot elf lichtgrijze tot geelbruine eieren met bruine vlekjes. Het vrouwtje broedt twee tot drie keer per jaar.

Baltsen

Waterhoenders hebben een uitgebreid baltsritueel zoals pronken met staartveren, buigen en pikken.

Verspreiding

In het grootste deel van Europa komen waterhoentjes het hele jaar door voor. Zo ook in Nederland en België. In Europees Rusland zijn de dieren alleen in de zomer aan te treffen. In het uiterste noorden komen de dieren helemaal niet voor.

De soort telt 5 ondersoorten:

  • G. c. chloropus: Europa en noordelijk Afrika tot Japan en Zuidoost-Azië.
  • G. c. meridionalis: Afrika bezuiden de Sahara en Sint-Helena.
  • G. c. pyrrhorrhoa: Madagaskar, Réunion, Mauritius en de Comoren.
  • G. c. orientalis: de Seychellen, Andamanen, Malakka, Indonesië en Filipijnen.
  • G. c. guami: de noordelijke Marianen.

De vogel leeft in rietmoerassen en op oevers.

 

Bron: Wikipedia